Kattebelletje 21-10-2024
“ Ikke zelluf doen”, zegt een klein kind. En papa en mama kijken glimlachende toe hoe hij met een vork manhaftig pogingen doet om slierten spaghetti in zijn mond te krijgen. Ze knikken hem vervolgens bemoedigend toe als ze op zijn wangen, handen, kinderstoel en op de grond belanden. En elke keer opnieuw poetsen ze weer braaf het gezicht van de peuter en de kinderstoel en de grond schoon. Ze doen het graag voor het stralende snuitje van hun spruit. En het kindje zwelt van trots omdat het een prestatie geleverd heeft.
Zo las ik een verhaal van een vrouw die voor het eerst meeging op vistoer met haar man en zijn vrienden. Opeens kwam er beweging in haar lijn waar blijkbaar een grote vis aan bengelde. De echtgenoot, in zijn zorgzaamheid nam de hengel van haar over en haalde een enorme vis binnen.
Maar zí’j was zwaar teleurgesteld: Dat was mí’jn vis! En hij had zijn lesje geleerd.
Hij had haar, goed bedoeld, haar overwinning ontnomen.
Als je in de zorg werkt heb je vaak een groot hart voor de mensen om je heen. Het is alleen de vraag of de ander daar altijd wat aan heeft.
Als iemand in een rolstoel bijvoorbeeld moeite zit te doen om de jas op te hangen, krijg je de neiging om een handje te helpen. Hij kan echter zomaar het gevoel krijgen: zie je wel, ik heb altijd overal hulp bij nodig.
Als iemand licht dementerend is kan het gebeuren dat hij even niet op een woord kan komen. Vul je het voor hem in dan ontneem je hem mogelijk de kans om er alsnog op te komen.
Zelfredzaamheid is een groot goed en is ook de bedoeling.
Daarbij hebben we volgens mijn zus allemaal succeservaringen nodig in het leven. Daar heeft ze denk ik gelijk in.
Dus helpers, af en toe de handjes op de rug!
