Geraakt!

27-11-2022

Onlangs was ik weer eens op een congres voor behandelaars van psychosomatische klachten. Dat wil dus zeggen dat je lijf ziek wordt omdat je stress in je leven ervaart, bewust of onbewust.

Dit congres ging erover dat er binnen de hulpverlening en geneeskunde in Nederland zoveel hokjes zijn.

Bijvoorbeeld als je toevallig bij de kno arts bent en die een verdacht plekje op je huid ziet, je nog niet zomaar bij de dermatoloog belandt.

Dat is niet handig, want een mens bestaat nu eenmaal niet uit hokjes.

Als je hart onregelmatig klopt heb je meer kans op een herseninfarct en als je pufjes krijgt voor ademnood kun je zomaar heel veel in gewicht aankomen. Als je de griep hebt word je depressiever en als je depressief bent , heb je meer kans op griep. En zo hangt alles in onze geest en ons lichaam met elkaar samen.

De daar aanwezige behandelaars waren fijne mensen met het hart op de goede plek. Het sprak me ook enorm aan dat er in gewone taal gesproken werd. Geen taal die over de hoofden van mensen heengaat en die uiteindelijk ook niet blijft hangen.

De voorzitter van de vereniging had het eerste praatje, een zekere Stijn. Hij was psychiater in België. Hij vertelde vooral wat patiënten nodig hebben. Wees aandachtig, luister goed. Raak niet in de war als je het verhaal niet begrijpt. Wees geduldig en haak niet af. Blijf luisteren en heb respect. En zoek een andere hulpverlener als je er samen niet uitkomt. Laat de patiënt niet in de kou staan.

Zo simpel en zo waar. Maar voor mij een verademing. Dit soort taal , daar kan ik wat mee.

Wat echter de meeste indruk op me maakte was het verhaal van een patiënte, een zogenaamde ervaringsdeskundige.

Zij had haar verhaal opgeschreven. Ze las voor, maar het was zo’n helder en indrukwekkend verhaal. En zo herkenbaar. Zo heb ik het intussen al zo vaak gehoord.

Vermoeidheid. Dat kwam zomaar. Eerst dacht ze: Gaat wel over. Misschien heb ik teveel dit of teveel dat. Op een gegeven moment naar de huisarts. Die deed wat onderzoek. Vond niet veel bijzonders. Stuurde haar naar een specialist. Naar een praktijk ondersteuner GGZ. Het hielp allemaal niet echt. Maar zij werd steeds vermoeider. Ze zei: dokter , ik kan niet meer werken , ik kan niet meer voor mijn man en zoon zorgen. Ik ben radeloos. De dokter had eigenlijk niets meer te bieden.

Pas na een hele lange tijd kwam ze bij “een dure psycholoog”. Deze hoorde het verhaal aan en zei: Ik heb slecht nieuws voor je. Er is sprake van jeugdtrauma’s, maar het is heel oud en het zit heel diep. En ik voel me niet capabel om je te helpen. Maar ik ga voor je op zoek.

Vervolgens is ze 7 weken opgenomen geweest. Ze heeft nog diverse andere behandelaars gehad en nu gaat het iets beter.

Maar ze zei wel: Ik heb mijn beste pak aangetrokken om hier te verschijnen. Maar ik weet al dat ik morgen weer de hele dag op de bank lig.

Ik dacht: Hoe is het mogelijk dat zolang niemand dat herkend heeft.

En wat moet het verschrikkelijk zijn om zo wanhopig te zijn en zo in de kou te staan, terwijl niemand je kan helpen en je klachten gebagatelliseerd worden.

Daarom ook dit verhaal.

Er is tegenwoordig een pamflet over de zorg voor jonge kinderen ( van -9 maanden tot 2 jaar). Te vinden op internet, de eerste 1000 dagen van een kind.

“Een kind zonder goede start heeft op latere leeftijd een grotere kans op lichamelijke en geestelijke problemen, waaronder suikerziekte, hart- en vaatziekten, overgewicht en depressie. Ook is er invloed op de sociale – en emotionele ontwikkeling”.

Ik zou zeggen: Wie ermee te maken heeft, geef niet op. Je verhaal is niet raar en je hebt recht op goede hulp!

Geef een antwoord